Nederland is een zwemnatie in hart en nieren en instructeurs en trainers zijn hierbij een onmisbare schakel. Zonder instructeurs kan niemand veilig leren zwemmen en zonder trainers en coaches wordt het moeilijk om binnen de wedstrijdsporten te presteren.
Tijdens de zwemles ziet iedere ouder dat zijn kind kan watertrappen. Iedere toeschouwer ziet wie de wedstrijden wint en wie er doelpunten maakt. Dat kun je snel zien, maar het is moeilijker om er voor te zorgen dat het kind leert watertrappen en dat de sporter leert winnen en scoren. Het publiek ziet een momentopname, maar de trainer bewaakt het hele leerproces. De instructeur elementair zwemmen zorgt er voor dat het kind op een verantwoorde wijze het zwemdiploma behaalt en de trainer heeft als doel dat de sporter wedstrijden gaat winnen en met de juiste beweging de bal in het doel werpt. De kwaliteit van instructeur en trainer maken het verschil tussen progressie en stilstaan.
De trainer niveau 3 houdt zich voornamelijk bezig met:
De trainer niveau 2 assisteert bij training, zwemles en activiteit.
De trainer niveau 4 houdt zich, naast het geven van training aan specifieke doelgroepen, bezig met het sporttechnisch beleid binnen de vereniging.
Deze is actief bij zwemverenigingen en geeft zelfstandig training. Waterpolo heeft voor deze trainer geen geheimen en met behulp van verschillende aanbiedingsvormen maakt hij de sport aantrekkelijk voor jong en oud. De trainingen die worden gemaakt passen binnen een verantwoord jaarplan waarbij de inhoud wordt afgestemd op het niveau en de beleving van de spelers. Hij is in staat om activiteiten binnen de vereniging te organiseren maar ook om als coach op te treden en daarnaast uitleg en begeleiding te geven aan assistenten.
Binnen zwemverenigingen is deze trainer actief en geeft de trainer zelfstandig, veilig en verantwoord training. De doelgroepen zijn gericht op de wedstrijdsport en variëren in leeftijd en de trainer kan trainingen verzorgen voor minioren, junioren, jeugd, senioren masters. Voor deze groepen maakt hij een jaarplanning en een wedstrijdplan. Naast het geven van trainingen en coachen van wedstrijden heeft de trainer ook oog voor nevenactiviteiten en kan deze zelf organiseren. Door assistenten uitleg en begeleiding te geven, voorkomt de trainer dat er teveel werk bij één persoon komt te liggen.
Alle trainers moeten over de juiste competenties beschikken zoals kennis, vaardigheden, attitude en persoonlijke eigenschappen. Deze competenties verwerven zij in hun opleidingstraject.
De opleidingen zijn gemaakt volgens de visie van competentiegericht leren. Deze wijze van opleiden wordt door alle sportbonden aangeboden. De competenties worden ontwikkeld in jouw individuele leerroute. Deze leerroute bestaat uit praktijkopdrachten in combinatie met activiteiten ter ondersteuning van het leerproces zoals bijeenkomsten, literatuur, elektronische leeromgeving, begeleidingsgesprekken. De praktijkopdrachten vinden altijd plaats in de context van sport in de leervereniging (soort stageplaats). De opzet van de opleiding brengt met zich mee dat er veel gebruik wordt gemaakt van een elektronische leeromgeving. Er is dus veel afhankelijk van je eigen initiatief en activiteit.
Volgens deze werkwijze ontwikkel je als cursust competenties en maak je daarmee de totale set van kennis, vaardigheden, attitude en persoonlijke eigenschappen completer. Uiteindelijk kun je goed uit de voeten als trainer aan de badrand.
De opleiding kan in principe binnen 9 tot 12 maanden worden afgerond, maar de doorlooptijd kan per cursist verschillen als gevolg van de individuele leerroutes.
Het cursusgeld voor de opleiding op niveau 3 is vastgesteld op euro 700,-- voor leden van KNZB-verenigingen.
Het inschrijfformulier is geplaatst op www.knzb.nl
Voor verdere details over de cursus zoals plaats bijeenkomsten, leervereniging, toelatingseisen, verzekering kun je terecht op www.knzb.nl bij "opleidingen" en daarna "nieuwe manier van opleiden".